Ga direct naar hoofdinhoud

Motorische ontwikkeling bij jonge kinderen

We maken onderscheid tussen grove motoriek en fijne motoriek. Grove motoriek gaat over grotere bewegingen, zoals lopen, dansen, springen en een bal gooien en vangen. Fijne motoriek gaat over bewegingen die meer aandacht en concentratie vragen, zoals kleuren, schrijven, een kraaltje pakken en veters strikken. Beide zijn nauw met elkaar verbonden. Een kind moet vaak een vaardigheid in de grove motoriek beheersen voordat het toekomt aan fijne motoriek.

Motoriek speelt een belangrijke rol in de hele ontwikkeling van een kind. Ook de ontwikkeling van spraak en het uiten van emoties vraagt om goede motorische vaardigheden.

Hoe verloopt de motorische ontwikkeling?

De motorische ontwikkeling begint al bij de geboorte. In het eerste levensjaar worden spieren sterker en leert een kind reiken, grijpen, rollen, kruipen en lopen. Op peuterleeftijd gaat dit verder: rennen, springen, klimmen en klauteren, maar ook grote kralen rijgen, bladzijden omslaan en een eenvoudige puzzel maken. Het evenwichtsgevoel en de oog-handcoördinatie worden steeds beter. Hoe ouder een kind wordt, hoe complexer de vaardigheden die het leert.

Op de peuterspeelgroep en op de basisschool besteden we veel aandacht aan motoriek. Merken we dat een kind wat extra ondersteuning nodig heeft, dan bespreken we dat met jou als ouder en schakelen we waar nodig de juiste hulp in. Waar dat past bieden we een VVE-programma aan, gericht op de grove en fijne motoriek.